Patiënten met defibrillatie electrode van Riata opgeroepen voor controle
De Nederlandse Vereniging voor Cardiologie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg roepen patiënten met een defibrillatie electrode van het type Riata (8F en 7F) van fabrikant St Jude Medical op te roepen voor een radiologisch onderzoek.
Bij een beperkt aantal patiënten met de genoemde types van deze St Jude Medical defibrillatie electrode, kan een verhoogde slijtage optreden van de siliconenbuitenlaag. Dit kan leiden tot een inefficiënte of ongewenste extra schok aan het hart wat mogelijk gezondheidsrisico’s kan veroorzaken. Ook de pacemaker functie van het apparaat kan hierdoor minder goed werken. Patiënten die het betreft, worden door het eigen ICD (Implantable Cardioverter Defibrillator)‐centrum opgeroepen voor een onderzoek. Daar wordt gecontroleerd of de ICD normaal functioneert. In de meeste gevallen gaat het slechts om een extra controle, in een aantal gevallen leidt het wellicht tot een hernieuwde ingreep.
ICD’s controleren en detecteren te snelle en abnormale hartritmes. Wanneer een dergelijk abnormaal hartritme wordt gedetecteerd wordt er een schok (shock) gegeven aan het hart. Deze schok wordt verzonden via elektroden die het hart verbinden met de defibrillator. De schok stopt de hartritmestoornis, en herstelt het normale hartritme van de patiënt. Uit onderzoek en klachten is gebleken dat de ICD’s van de genoemde types van St Jude Medical verhoogde slijtage vertonen van het isolatiemateriaal van de elektrode. Hierdoor kan het voorkomen dat de ICD niet meer goed functioneert. In navolging van de Amerikaanse FDA heeft nu ook de Inspectie besloten dat patiënten met dit type ICD moeten worden opgeroepen voor een extra controle.
In Nederland gaat het naar schatting om circa 1.500 patiënten, die in één van de ICD‐centra zijn behandeld.
De NVVC en Inspectie hebben in overleg met de fabrikant hierover alle cardiologen inmiddels geïnformeerd. Patiënten hoeven zelf geen actie te ondernemen, maar krijgen een oproep.


Post new comment