Operatie Dufour door Jan van Schagen
Op het programma van 20 juli 2011 stond maar één naam; Dufour. Een makkelijke dag beloofde het echter niet te worden; ‘een Dufour’ doe je niet zomaar eventjes erbij. Zonder een gedegen planning en voorbereiding gaat dat zeker niet lukken. Want een Dufour is al gauw 12 uur werk, als alles mee zit tenminste.
Nu ik er over nadenk zijn die voorbereidingen al twaalf jaar geleden begonnen met het volgen van de juiste cursussen. In een groep van 10 personen, 9 mannen en 1 vrouw, melden we ons op de afgesproken dag met de juiste benodigdheden volgens het vooraf toegestuurde lijstje bij de locatie in Zwitserland. Die locatie was geen scholingsinstituut of operatieafdeling van een ziekenhuis waar, na het theoriedeel en de eventuele workshop een uitstapje in de bergen gemaakt kon worden, maar die locatie was een berghut zelf. Daar gingen we kennismaken met hoogte, kou, steen en ijs. Daar gingen we ook ‘aan het touw’ en leerden we om te remmen in de sneeuw met de pickel en het wijdbeens lopen met scherpe stijgijzers onder de zware bergschoenen op een steile ijshelling.
Dufour is namelijk geen ingreep (had gekund toch!) maar een berg! En wat voor een…met zijn 4634 meter boven zeenivo zit er knap weinig zuurstof in zijn omgeving, daar hoef ik geen pulse-oximeter voor mee te nemen om dat te bedenken. Gelegen tussen Zwitserland en Italië (de Italianen noemen hem Monte Rosa), is het tevens de hoogste top van Zwitserland en voor mij en mijn 9 jaar jongere broer en klimmaat het doel voor die 20ste juli. Na de hoogste van Oostenrijk beklommen te hebben in 2010, hadden we bedacht dat nu de Dufourspitze aan de beurt was, zodat we via de top konden afdalen naar de hoogste berghut van Europa; de Capana Margherita op 4554 m. Drie jaar geleden hadden we deze hut na 300 hoogtemeters kunnen bereiken als het weer niet was omgeslagen en we vervolgens in dichte mist onze weg naar de lager gelegen Monte Rosa hut moesten zien te vinden over een lange gletser vol spleten.
In deze hut op 2883 meter die gloednieuw is en een designwondertje genoemd mag worden, ging ook op 20 juli in het holst van de nacht om 02.00 uur de wekker. We waren natuurlijk al wakker geworden van een ploeg die een kwartier eerder al in aktie waren gekomen, maar dat was alleen maar gunstig. Het betekende iets meer ruimte om alle spullen bij elkaar te graaien voordat een poging tot ontbijten werd ondernomen en het omkleedritueel in de ‘schuraum’ begon. Ik kan je verzekeren dat een verblijf in een ruimte waar 100 paar gebruikt bergschoenen uitgestald staan om een of ander reden heel kort duurt…ondanks dat ontbijtje om je maag tot rust te dwingen…..(gebruikte OK-klompen zijn daarmee vergeleken een genot!).
Met de hoofdlamp op de helm gaf het een beetje een vertrouwd gevoel; na bijna 35 jaar onder een OK-lamp gestaan te hebben met een ortho-muts op is dat ook niet zo vreemd natuurlijk. Elkaar aankijkend met de bekende blik van ‘zijn we er klaar voor’, hadden we even een eerste Stopmoment, een Time Out zogezegd, voordat we de sneeuw de donkere omgeving en de kou instapten. Zijn alle riemen van de klimgordel extra teruggestoken, de karabiners, sneeuwboren, prusiktouwtjes en bandschlinges op de juiste plaats en het touw, de pickel en de stijgijzers voor het grijpen? Kortom kan de operatie met de naam ‘Dufour’ starten? Het hele team was intensief bij de check betrokken ondanks het (belachelijk) vroege uur en was er duidelijk klaar voor. Niet zo moeilijk als je team uit 2 personen bestaat die dit 12 jaar lang elke zomer voor elke tocht zo doen, maar toch. Vorig jaar nog hadden we gemeend iets, naar later bleek essentieels, in de hut achter te moeten laten vanwege het gewicht. Even naar de buitenomloop bellen om het te brengen toen het dringen nodig was, hielp toen niet!
Eenmaal in het donker in de sneeuw stappend met een paar lichtjes van voorgangers in de donkere verte als doel, was het moeilijk om het ritme te pakken te krijgen. De zware rugzak vol materiaal, warme kleding, voedsel en vooral water zat nog niet lekker en het blokkenterrein vol kuilen en gaten tussen de rotsen, liep niet makkelijk doordat het met 15 cm sneeuw bedekt was. Volgens de uitgebreide weersverwachting (heel makkelijk zo’n smartfoon !) zou het sneeuwen snel stoppen en plaats maken voor een stralende zon; het ‘weather window’ waarop je als alpinist hoopt en nodig hebt om na een lange aanloop de top veilig te kunnen bereiken en in ons geval, te kunnen overschrijden naar de volgende hut.
Langzaam, zoals een van onze eerste opleiders telkens benadrukte; “Gehe wie ein alte mann” (zo voel ik me ondertussen op ruim 3000 meter hoogte ook, als 58 jarige!), maar zeker klommen we hoger terwijl het nog langzamer dag werd. Toen het tijd werd om de stijgijzers onder te binden en aan het 50 m lange touw te gaan spraken we af om rond 08.00 uur, bij een kleine eetpauze, te besluiten hoe het verder moest; het sneeuwen was nog niet gestopt en daarmee het zicht nog niet toegenomen, van zon was nog helemaal geen sprake. De voetsporen van onze twee voorliggende touwgroepen waren gelukkig nog duidelijk te zien en zigzagden tussen de talrijke gletsespleten door. Ondanks kaart, kompas en GPS is het prettig om niet als eersten te moeten sporen in de zachte verse sneeuw en daardoor meer kans te maken om in een spleet weg te zakken. De paar ervaringen die we in de loop van de jaren daar mee hadden waren nou niet echt voor herhaling vatbaar. Een spannend moment tijdens een ingreep geeft een adrenaline stoot, maar voor een ‘live’ reddingsprocedure uit een gapende koude spleet is de adrenaline op een gegeven moment gewoon op! De berichten vlak voordat we naar Zwitserland reden waren, wat dat betreft ook niet zo bevorderlijk (zes alpinsten meegesleurd door een lawine, alpiniste fataal gevallen op een ijshelling, tweetal wandelaars (broers!) in de Alpen uitgegleden op een sneeuwhelling, enzovoort). Gelukkig zijn zowel mijn broer als ik ervan overtuigd dat de, wat aangepaste kreet, “je klimt veilig of je klimt niet” overal toegepast moet worden dus ook op deze sneeuwhelling.
Mijn maag gaf rond acht uur aan dat die beloofde eetpauze er nu maar van moest komen. Sommige magen hebben oren
alhoewel ik dat in de dagelijkse OK-praktijk nog moet tegenkomen. Met hete hut thee een paar energierepen en de gedachte aan dat verse zachtgekookte ei, zaten we op onze rugzakken en konden elkaar op 9 meter afstand nauwelijks zien! In Nederland heet dat dan als radiobericht ‘Plaatselijk zeer dichte mist met een zicht van minder dan 50 meter’ en hier in de gierende wind en een wolk van horizontaal voorbijkomende vlokken sneeuw heet het dan ‘Einde beklimming Dufour’. Ik had me het volgende Stopmoment toch anders voorgesteld! Gelukkig kon ik de diepe teleurstelling op het gezicht van mijn broer niet duidelijk zien; hij had ondertussen een neopreen gezichtsmasker opgezet om zich te beschermen tegen de snijdende kou op deze 3500 meter. Na nog een ‘kleurenfoto in zwartwit’ gemaakt te hebben, waarbij te zien is dat een zwart figuur in een van boven en onder niet van elkaar verschillende witte wereld staat, zijn we omgekeerd. Onze eerste kennismaking met een ‘whiteout’ was een feit en het volgende feit diende zich al iets te snel aan; onze eigen voetsporen raakten dichtgesneeuwd en waren soms op nog geen 2 meter afstand niet meer te onderscheiden van de omgeving, of dat nu lucht of ondergrond was….Even dacht ik door een operatiemicroscoop turend aan mijn 15e phaco bezig te zijn van een ochtendprogramma, zoveel zwarte draadjes en vlokjes zweefden door mijn volkomen witte blikveld, maar het was de realiteit. De remedie bleek een aantal opvolgende time outs te zijn; stilstaan en wachten op het verbeteren van het zicht door het iets dunner worden van de mist.
Uiteindelijk bereikten we weer de inbindplaats zoals dat heet zonder kleerscheuren (en andere scheuren vanwege het verdwijnen van mijn linkerbeen over de volle lengte in een verborgen spleet) en werden de stijgijzers en het touw weer opgeborgen. Na acht uur ploegen en zwoegen hadden we de hut weer in zicht en na een hap en een slok in de bekende schuraum besloten we om verder af te dalen naar de camping in Zermatt. Een volgend goed-weer-moment zat er de komende dagen niet meer in en deze vakantie hield een keer op. Dus nog één keer achteromkijkend naar de berg die het had moeten worden in 2011, zien we tot onze verbazing, ergernis, teleurstelling en eigenlijk alles tegelijk, dat de zon doorkomt en de laatste wolkenflarden rond de top verjaagt!
Soms moet je gewoon even slikken, stug volhouden en een volgende keer overnieuw beginnen…het lijkt soms net wel een OK!
Jan van Schagen


Leuk artikel, mooie foto's en
Leuk artikel, mooie foto's en grappig om te lezen dat er vergelijk momenten zijn met het werken op de OK. Petje af dat jullie zulke klimtochten ondernemen!
Post new comment