Anesthesie, als muziek in m’n oren
Muziek, als afleiding voor hoge werkdruk
Harald Gillisen
Studenten in zorgopleidingen beginnen vaak vol passie aan hun studie. Veel van hen raken deze passie weer kwijt tijdens de opleiding. Of in hun carrière hierna. Een aantal van de gediplomeerde collega’s geeft aan meer dan normaal vermoeid te zijn. Velen hebben hun idealen laten plaatsmaken voor de toestand waar minder ruimte is voor solidariteit, collegialiteit en daarmee minder arbeidsvreugde.
Diverse onderzoeken laten zien dat bij beroepen met een hoge werkbelasting (en dat zijn de beroepen in de zorg toch al) de kans op een mogelijke burn-out op de loer ligt.
Zelf ben ik 2e-jaars student (41 jaar) anesthesiemedewerker in het St.Elisabeth ziekenhuis te Tilburg. Als neurochirurgisch- en traumacentrum hebben we een divers aanbod van patiënten en dat maakt het afwisselend. Ik ben gehuwd en heb een zoon van 13. Vóór deze studie was ik 17 jaar werkzaam als militair verpleegkundige en 4 jaar als verpleegkundige in een algemeen ziekenhuis.
Als student word je nog redelijk beschermd tegen een al te hoge druk, maar de dagelijkse verantwoording van je handelingen en kennis, met daarnaast een forse investering in zelfstudie (vaak thuis), brengt ook een druk met zich mee en mag niet onderschat worden.
Voor gediplomeerden zijn de gevolgen van forse personeelstekorten een hot item. Verhoogde werkdruk door toename van intensieve diensten, ziekte, minder tijd voor scholing, financiële tegemoetkoming bij schaarste en het verkleinen van het takenpakket zijn enkele voorbeelden.
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) adviseert regering en parlement over sociale verhoudingen in Nederland en geeft adviezen voor de preventie van burn-out en vergelijkbare psychische klachten.
De RMO beveelt onder andere aan open culturen – ‘veilige ruimtes’ – te bevorderen waarin aandacht kan zijn voor werk en privé. Deze ‘veilige ruimtes’ kunnen op verschillende manieren vorm krijgen, afhankelijk van de omvang van de organisatie. Voorbeelden zijn vertrouwenspersonen, inloopspreekuren, vormen van coaching en intervisie. Ook de introductie van ‘mental health checks’ moet overwogen worden. De RMO richt zich met dit advies tot werkgevers en werknemers en hun organisatie. Veel van deze adviezen monden uit in laagdrempelige begeleidingstrajecten, echter de aantallen ziekmeldingen eisen grotere inspanningen.
Ik ben van mening dat de werkgever de hoogste prioriteit moet geven aan behoud van personeel en het beperken van ziekteverzuim (gepaard gaande met hoge bedrijfskosten). De disbalans tussen het aanwezige personeel en personeel dat (door ziekte) helaas langdurig uit het werkproces is belandt, mag voor de werkgever als wanprestatie aangerekend worden. Het is echter te kort door de bocht om alleen de wijsvinger naar de werkgever te richten. De werknemer heeft hierin een medeverantwoordelijkheid.
Tussen werk, studie (praktijkuren, colleges, opdrachten, stages, zelfstudie) en privé probeer ik te streven naar een gezonde balans. Ontspanning heb ik gevonden in de muziek. Dit kan gezien worden als afstemming in de privésfeer welke door de RMO als belangrijk wordt gezien.
Ik speel zo’n 30 jaar in een muziekgezelschap met veel plezier. Naast de serieuze klanken ter voorbereiding op concert en concoursdeelname is een sociale band met overige leden net zo belangrijk. Er wordt veel plezier gemaakt tijdens deelname aan een concertreis,een carnavalsoptocht of andere muzikale bijeenkomsten. Daarnaast vinden er veel sociale activiteiten plaats (jeugdweekend, speurtocht, quiz etc) om betrokkenheid te behouden.
Ik merk dat ik tijdens het maken van muziek afstand kan nemen van werkgerelateerde zaken. Hiermee is voor mij het bewijs dat ontspanning door muziek een prima uitlaatklep is.
Voor jong en oud is muziek maken een leuke afwisseling op de dagelijkse verplichtingen. Het mag geen barrière zijn dat muziek maken alleen voor jongeren is weggelegd. Onze jongste muzikant is 9 jaar en de oudste boven de 65.
Het ziekenhuis en collega’s wil ik adviseren open te staan voor mogelijkheden om bezigheden/hobby’s van werknemers meer te betrekken binnen de organisatie. Bijvoorbeeld een inlooprepetitie waarbij kennisgemaakt kan worden met diverse muziekinstrumenten (voor jonge patiëntjes, maar ook voor ouderen). De patiënten hebben zo een afleiding met een educatief randje en de werknemers laten zien/horen en vertellen over hun muzikale hobby.
Al was de muzikale toon‘ladder’ van hout, opgebrand raakt hij nooit.


Post new comment