Luchtkwaliteit in OK’s geen luchtig onderwerp
Hij weet hoe geclassificeerde ruimten zoals OK’s moeten worden gebouwd. Na 25 jaar ervaring in cleanroomtechniek en vele audits ziet hij het inmiddels als sport om de uitslag van deeltjesmetingen te voorspellen. Luchtspecialist Hugo Huiskamp over validatiestudies en schipperen tussen maanpakken en straatkleding.
Tekst: Leonore Pulleman en Hugo Huiskamp
Na een opleiding als werktuigkundige begon Hugo Huiskamp zijn carrière in de koopvaardij. Via de chemie kwam hij daarna terecht bij de eerste biotechnologische fabriek in Nederland: Centocor. ‘De productieruimten moesten worden gebouwd en worden opgeleverd en niemand wist nog hoe dat in zijn werk ging, ik ook niet. Het was een intensief leerproces dat goed is afgelopen, gelukkig.’ Er volgde een periode in de voedingsmiddelenindustrie en daarna startte Huiskamp het bureau VABH, dat metingen en audits verzorgde in onder meer operatiekamers. Hij deed daar veel ervaring op en ging bovendien vanaf 1988 lesgeven. Eerst in effectief onderhoud, vanaf 1996 in cleanroomtechnieken en sinds 2001 in het bouwen van speciale ruimten, zoals operatieafdelingen.
‘Sinds 2006 geef ik voor de Vereniging Contamination Control Nederland (VCCN) een OK-gedragscursus. Zo loopt het lesgeven als een soort rode draad door mijn loopbaan. Het is iets waarvan je zelf ook ontzettend veel leert.’ De ondernemer is daarnaast lid van de Stuurgroep Luchtkwaliteit Operatieafdelingen, die de invulling van de Kwaliteitswet zorginstellingen 1996 verzorgt; hij is dus een expert in luchtkwaliteit en kent de diverse wetten op dat gebied voor zorginstellingen: de Geneesmiddelenwet, de Wet op de medische hulpmiddelen, enzovoort.
De bouw regisseren
Onlangs richtte Huiskamp het bedrijf C2L op. ‘Je kunt dit zien als de regisseur bij het bouwen van een operatieafdeling’, beschrijft Huiskamp. ‘In enkele gevallen schakelt de opdrachtgever zelf partijen in voor de bouw, de installatie en de inrichting. Meestal selecteren wij de bouwpartijen. In alle gevallen kennen wij de normen, wet- en regelgevingen. Wij zorgen ervoor dat alle deze partijen doordrongen zijn van elkaars invloeden hierop, zodat er geen spanningsvelden tussen de verschillende partijen ontstaan. Na afloop kijken we of de OK inderdaad is opgeleverd volgens door ons opgestelde kwalificatiedocumenten gebaseerd op het oorspronkelijke programma van eisen.’
De hygiëne van een OK kun je goed testen met een validatiestudie, zegt Huiskamp. ‘De bedoeling hiervan is de luchtcondities in een ruimte vast te stellen. Hierbij draait het om luchtbalans, luchtstromingen, drukhiërarchie en luchtkwaliteit. Kort samengevat kijk je of er geen vervuiling van buiten kan komen en of reeds gevormde vervuiling op de juiste manier wordt afgevoerd. Indien de genoemde condities goed zijn én het schoonmaakprogramma goed wordt uitgevoerd, dan geven de deeltjestellingen een beeld van de hygiënische toestand van een operatiekamer.
Het verloop van een meting
Bij een correcte validatiestudie bepaalt de onderzoeker eerst hoeveel lucht er in- en hoeveel lucht er uitgaat. Dit gebeurt via metingen in de kanalen of met speciale meters die de onderzoeker onder de luchtkoker houdt. Huiskamp: ‘Stel dat 800 kubieke meter lucht een kamer van 40 kubieke meter binnenkomt. Dan heb je twintig keer per uur circulatie. Dat bepaalt in hoge mate de hersteltijd op werkniveau en dus de kwaliteit van de lucht waarin wordt gewerkt. Deze lucht moet gelijkmatig in de onderhoeken worden afgevoerd. De bovenhoeken moeten enige afvoer hebben, zodat daar geen lucht blijft stilstaan.’
Na deze meting bepaalt de onderzoeker de kwaliteit van het luchtfilter. Hiermee wordt vastgelegd of er geen vervuilde lucht naar binnen komt. Deze lucht moet bij een plenum (die in de meeste operatiekamers inmiddels wordt gebruikt) gelijkmatig verdeeld naar beneden stromen. Deze ‘laminariteit’ moet ook worden vastgelegd. Daarnaast meet de onderzoeker de druk van de kamer. Er moet overdruk zijn, om te voorkomen dat er vanuit omliggende ruimten of via het plafond vervuilde lucht binnenkomt.
Het laatste onderzoek is de deeltjesmeting. Daarvoor bestaat meetapparatuur die werkt met een laserstraal. Met de afbuiging van deze straal wordt de grootte van de stofdeeltjes bepaald en wordt gekeken hoeveel het er zijn. Meetcyclussen duren een minuut, en op elke meetplaats moeten meerdere metingen worden gedaan om betrouwbare resultaten te krijgen. Deze metingen worden niet alleen gebruikt als validatie, maar ook om te helpen bepalen hoe de operatieafdeling moet worden gebruikt en schoongehouden. Bij een correcte validatie vinden dus diverse metingen plaats. Huiskamp toont een instructiefilmpje dat hij bij het doceren gebruikt. Daarop is een ballon te zien, die de luchtbewegingen volgt. Zo is te zien dat de lucht door foutieve luchtstromingen – onder meer bij de lamp en sommige apparaten – vanaf de vloer afbuigt en soms direct terugkomt op de operatietafel. ‘Met een juist ontwerp en gebruik voorkom je deze ongewenste situatie.’
Huidschilfers en speekseldruppels
‘Hygiëne is zo belangrijk’, vertelt Huiskamp. ‘In elke kamer waar mensen zijn – en dus ook in een OK – liggen veel huidschilfers. Dat is normaal, want ieder mens genereert er honderdduizenden tot wel miljoenen per minuut, afhankelijk van de activiteit. Ze hebben een formaat van 10 tot 15 micron. Bij de meeste mensen is deze deeltjesafgifte onzichtbaar. Bij sommige mensen zijn ze beter zichtbaar omdat ze bijvoorbeeld een droge huid hebben. Kun je je voorstellen dat we tijdens het praten steeds – ook onzichtbare – druppeltjes van 10 tot 20 micron de lucht in blazen? Een vochtige prater sproeit alleen méér zichtbare druppeltjes de lucht in. Deze druppeltjes kunnen allemaal pathogene micro-organismen bevatten, maar gelukkig zijn we behoorlijk resistent …’
Huiskamp lacht. ‘De deeltjesteller die hiervoor nodig is, telt per minuut. Als valideur zag ik die metingen zo vaak, dat ik op een gegeven moment leerde voorspellen wat de volgende meting zou zijn!’
De validatiemetingen voor een OK staan vermeld in het Beheersplan Luchtkwaliteit Operatieafdeling van de VCCN. Volgens Huiskamp hoeven de metingen niet zo uitgebreid (en dus duur) te zijn als ze soms staan vermeld in de validatierapporten. Mits ze op de juiste manier worden uitgevoerd. ‘Helaas zijn veel validatierapporten voortgekomen uit nieuwbouw, soms al tien jaar geleden. Deze zijn niet toereikend voor een correct oordeel. De hoeveelheid metingen is meestal lager dan vereist in bijvoorbeeld de cleanrooms van een apotheek.’
Storingen
Huiskamp benadrukt het belang van een goede werkmethode en -procedures om postoperatieve wondinfecties te voorkomen. ‘Bij het ombedden van een patiënt komen al snel een miljard onzichtbare deeltjes los en in beweging. Het heeft geen zin om de deurbewegingen te tellen als de werkprocedures niet goed zijn beschreven en uitgevoerd.’
Huiskamp hamert verder op het kwalitatief aansturen van de schoonmaakmedewerkers door de hygiënistendienst. Het is essentieel om regelmatige controles op de effectiviteit uit te voeren. ‘Uit ervaring is gebleken dat het ook nodig is om ’s morgens vroeg te controleren of er ’s nachts geen technische storingen – zoals drukuitval – zijn geweest. Onderdruk leidt namelijk tot vervuiling. De OK-manager is verantwoordelijk voor het correct functioneren van de afdeling en dient zich ervan te vergewissen dat de techniek goed werkt.’
De kwaliteit van de operatieafdeling wordt dus beïnvloed door de techniek, bouwkunde en het operationeel handelen. ‘Indien de techniek en de bouw door bijvoorbeeld ouderdom beperkingen opleveren, dan moeten deze beperkingen door verbeterde inzichten worden opgevangen met het operationeel handelen. Laat de techniek het helemaal afweten, dan zouden we in maanpakken moeten werken. Dat willen we niet en dat kunnen we niet. Als de techniek overmatig wordt neergezet, zouden we gewoon in straatkleding kunnen werken. Dit is vanuit investeringsniveau en ook energetisch ongewenst.’ Het gaat er dus om goed operationeel handelen op te zetten naast de bijbehorende technische en bouwkundige mogelijkheden en beide te bewaken. Aan het eind van het gesprek wil Huiskamp nog één ding toevoegen: ‘Anno 2010 worden toiletten van een OK worden ontworpen van slechts 1,4 vierkante meter. In die ruimte dient een medewerker zich te ontdoen van de OK-kleding, naar het toilet gaan, aansluitend de handen te wassen voordat de OK-kleding weer wordt aangeraakt … Is het niet ridicuul?’

