Fors besparen door slimmer omgaan met afval
De hoeveelheid medisch afval in Nederland kan fors omlaag, en daarmee de kosten. Adviseur René Lamphen schetst hoe: door afval beter te scheiden, anders in te zamelen en efficiënter te verwerken.
Tekst: Jan van Helsdingen
In februari werd in Amsterdam de eerste European Medical Waste Conference gehouden, georganiseerd door het Media Waste Institute. De bijeenkomst trok 145 deelnemers uit achttien landen. Opvallend afwezig waren OK- en zorgmanagers en verpleegkundigen. René Lamphen, zelfstandig adviseur in afvalproblematiek en nauw betrokken bij de verwerking van medisch afval in Nederland, onderschrijft de conclusie van het congres: ‘Ook in Nederland kunnen ziekenhuizen geld verdienen door slimmer met afval om te gaan. Maar dan moeten in het bijzonder OK- en zorgmanagers zich nauwer bij deze problemen betrokken voelen.’
Wat is medisch afval? Dat zijn afvalstoffen die vrijkomen bij geneeskundige behandeling: afval van verpleegafdelingen, IC’s, OK’s, laboratoria en functieafdelingen in ziekenhuizen, bloedbanken en intramurale instellingen. De ruim honderd ziekenhuizen in Nederland produceren ongeveer honderdduizend ton afval, waarvan zo’n 10 procent risicohoudend medisch afval is. Dat wordt verbrand bij Zavin in Dordrecht. De rest is bedrijfsafval en komt in de gewone verbrandingsinstallaties terecht.
In Nederland is de behandeling van afvalstoffen geregeld in een landelijk afvalbeheerplan (LAP). Sectorplan 19 van dat LAP gaat over potentieel medisch afval. Dit regelt onder meer de opslag, het vervoer en de vernietiging ervan. Het radioactieve afval is een apart verhaal: in de meeste ziekenhuizen zorgt een zakendeskundige zoals een radioloog ervoor dat het op een verantwoorde manier wordt afgevoerd naar Petten.
Besmettingsroute
Het onderscheid tussen medisch en bedrijfsafval is soms diffuus, ondanks het sectorplan en de eigen protocollen van ziekenhuizen. Adviseur René Lamphen: ‘In de regelgeving en het sectorplan staat dat men uitgaat van voldoende zakendeskundigheid om te kunnen beoordelen of iets als bedrijfsafval dan wel als ziekenhuisafval moet worden afgevoerd. De besmettingsroute is daarbij doorslaggevend. Voorheen keek men naar het ethische en esthetische verhaal van het afval. Gekscherend zou je kunnen zeggen: kon je eerst een afgezette arm tussen het bedrijfsafval deponeren, nu kijkt men naar de hele keten: welke risico’s op infectie loop je in die keten op het moment dat je het afval verwijdert uit het ziekenhuis? Opslag, vervoer en verwerking van medisch afval zijn dichtgetimmerd met bepalingen, voorschriften en wetten. Toch verdwijnt er onnodig veel afval in de blauwe ton en kan de verwerking goedkoper.’
Een ziekenhuis is verplicht om een ADR-veiligheidsadviseur in dienst te nemen of in te huren. Die heeft als taak om in het ziekenhuis te kijken of het sectorplan juist wordt toegepast. ‘ADR’ staat voor ‘vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg’ (Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route). Zo’n adviseur heeft er geen dagtaak aan. Daarom wordt hij vaak ingehuurd, bijvoorbeeld bij vervoersorganisatie EVO.
Milieubarometer
De ziekenhuizen zijn verplicht tot onder meer een jaarlijkse milieurapportage; onderdeel daarvan is het afvalstoffenbeleid. Lamphen: ‘Voor zo’n beleid heb je behalve de ADR-veiligheidsadviseur ook mensen nodig die arbo en milieu in hun portefeuille hebben. Samen vormen zij een netwerk van milieucontactpersonen. Die hebben een soort gremium waar afspraken worden gemaakt. Dat gremium vertegenwoordigt afdelingen van ziekenhuizen en zorgt ervoor dat de mensen op de werkvloer informatie krijgen over omgaan met afval. Dat gebeurt onder meer met instructiebijeenkomsten, posters en instructiemateriaal. Zo wordt het afvalbeleid verankerd in de organisatie.’
Zorginstellingen hebben zelf ook initiatieven genomen voor de verwerking van ziekenhuisafval. Er is een Milieu Platform Zorgsector. Daarbij zijn op dit moment zo’n 130 instellingen aangesloten: ziekenhuizen, bloedbanken, bejaardentehuizen. Een van de dingen die het platform heeft ontwikkeld, is de Milieubarometer. Dat is een soort benchmark. Zorginstellingen rapporteren wat ze aan afval produceren en vergelijken dat met elkaar: doe ik het beter of slechter dan de rest?
‘Of de raad van bestuur goed beseft wat afval kost, hangt af van de mate waarin die zich voor afval interesseert’, aldus Lamphen. ‘Als de raad van bestuur zegt: “Wij calculeren de kosten voor verwerking van ziekenhuisafval gewoon in als een deel van onze omzet”, dan zal de neiging om op deze kosten te letten niet groot zijn.’
Verdienen aan afval
Afval kost geld, maar minder afval levert geld op. Dat is de kern van Lamphens boodschap. Op die manier denken is nog allerminst gebruikelijk in ziekenhuizen en zorginstellingen. ‘Het werkt in Nederland zo: risicohoudend medisch afval moet in speciale dozen of vaten worden ingezameld. Die vertegenwoordigen een bepaalde prijs. Stel ik ben verpleegkundige en sta bij een patiënt aan het bed met een infuuslijn in mijn handen. Wat is dan makkelijker – zeker in deze tijd van werkdruk en onderbezetting – dan zeggen: “Als ik de naald eraf knip en er zit geen vocht in de infuuslijn, dan mag ik die bij het gewone bedrijfsafval gooien. Zit er vocht in en laat ik de naald erin zitten, dan moet hij bij het medisch afval.”?
Zo werkt het in de praktijk echter helemaal niet. Er zijn ziekenhuizen die voor de veilige route kiezen en – om het bij die infuuslijn te houden – alles bij het medisch afval deponeren. Daardoor maken ze onnodig hoge kosten. Als je het voor elkaar zou krijgen om afval bij de bron beter te scheiden en meer tijd te besteden aan de instructie van verpleegkundigen en artsen, zou je veel geld kunnen besparen. Dan zou je die 10 tot 15 procent risicohoudend afval misschien wel tot de helft kunnen terugdringen. Maar daar zit de markt natuurlijk niet op te wachten, want die verdient zijn geld met de bestaande methodiek.’
1500 euro per ton
Lamphen schetst als onderbouwing van deze stelling de kostenopbouw van afvalverwerking. ‘Medisch afval moet in speciale vaten worden gestopt, die slechts eenmaal mogen worden gebruikt. Een vat kost 5 euro; dat is 500 euro per ton. De vaten moeten worden gekeurd. Het vervoer in containers kost 200 tot 300 euro per transport. De opslagruimte van zo’n container komt op 35 euro per maand. Voor de verbranding moet een ziekenhuis 700 euro per ton betalen. Opgeteld komt het verwerken van medisch afval op 1300 tot 1500 euro per ton. Verwerking van bedrijfsafval kost 240 euro per ton. Dus als je minder medisch afval produceert en meer bedrijfsafval, ben je spekkoper.’
Hoe kan een ziekenhuis nog meer de kosten van ziekenhuisafval terugdringen? ‘Er zijn verwerkingsmethoden die goedkoper zijn dan het dure verbranden. En in de inzamellogistiek zijn bezuinigingsslagen van betekenis te maken.’
Alternatieve verwerking
Lamphen legt uit hoe je afval kunt voorbewerken. ‘Dat kun je in het ziekenhuis zelf doen, of regionaal. De techniek wordt in het ziekenhuis al sinds jaar en dag toegepast: steriliseren of desinfecteren. In CSA’s worden medische instrumenten met verzadigde stoom gesteriliseerd. Het afval kun je op dezelfde manier met verzadigde stoom desinfecteren dan wel steriliseren. Daarmee neem je het microbiologische en bacteriologische risico weg en wordt het dus – goedkoop – bedrijfsafval. Door zijn samenstelling – het zijn hoogwaardige kunststoffen – heeft dit afval een hoge calorische waarde. Daardoor is het ideaal om bijvoorbeeld cementovens mee te stoken. Het afvalverwerkingsbedrijf ARN in Nijmegen gebruikt het als energieopwekker. Om het schonen van medisch afval rendabel te maken, moet je zo’n decontaminatie-installatie samen met andere ziekenhuizen bouwen of het afval laten decontamineren bij een gespecialiseerd verwerkingsbedrijf zoals Remondis in Moerdijk.’
Inzamellogistiek
In Nederland stopt men risicoafval als regel in de dure blauwe plastic tonnen. Die worden bij Zavin verbrand. In het buitenland zijn ze een stap verder; daar stoppen ziekenhuizen medisch afval in afbreekbare plastic zakken. Die worden vervolgens in herbruikbare dozen opgeslagen.
Waarom gebeurt dat nog niet in Nederland? ‘Tot twee, drie jaar geleden kon je alleen de blauwe vaten gebruiken. Die kon je alleen bij Zavin aanleveren via daartoe bevoegde transporteurs. Nu zijn er dozen op de markt die net zo goed zijn als de dure vaten. Die dozen met daarin de plastic zakken zou je in een volumineuze container kunnen opslaan die ADR-proof is en die je dus over de weg mag transporteren. Dat scheelt aparte opslag- en vervoerskosten. Er is niemand die dat zal tegenhouden. Bedrijven als Remondis en Medwaste Control in Maastricht verwerken deze.’
Er is nieuwe regelgeving voor de inzameling van medisch afval. ‘Het afval moet lek- en drupvrij zijn wil je het als bedrijfsafval afvoeren. Op het moment dat er aanhangend vocht in dat afval zit, moet je het als ziekenhuisafval beschouwen. Mijn persoonlijke mening is dat ziekenhuizen geen scheidingsdiscipline hebben en de kennis hiertoe ontberen. Dat heeft geleid tot een toename van de hoeveelheid medisch afval. Daardoor stijgen de kosten voor afvalverwerking. Men moet op zoek gaan naar kennis en aan de slag gaan met de alternatieve methoden die ik heb geschetst. Door het afval beter te scheiden, te bewerken, anders op te slaan en slimmer te vernietigen, kunnen de kosten fors naar beneden.’
Zorgpersoneel instrueren
Wie moeten de andere wegen zoeken? ‘In Nederland zijn het vaak de arbo- en milieucoördinatoren die het initiatief daartoe moeten nemen’, weet Lamphen. ‘Maar de facilitaire en logistieke managers beheren de budgetten, waarop ze worden afgerekend. Zij hebben er baat bij om goedkopere wegen of alternatieven te vinden. Het zorgpersoneel weet nauwelijks wat afval kost en welke wegen je moet bewandelen om dat afval te ontzorgen. Dat kwam op het congres in Amsterdam duidelijk naar voren. De opleiding van verpleegkundigen zou veel meer ruimte moeten inruimen voor instructies over de verwerking van afval in ziekenhuizen.’
Wie is René Lamphen?
René Lamphen werkte bijna twintig jaar in het Medisch Centrum Utrecht, waar hij onder meer de afvallogistiek op poten heeft gezet. Drie jaar geleden vestigde hij zich in Veenendaal als zelfstandig adviseur logistiek & afvalmanagement, met zijn bedrijf Lazac Adviesbureau – sterk in innovatief en creatief samenspel. Lamphen was betrokken bij de nieuwe wet- en regelgeving voor afvalverwerking in ziekenhuizen en zorginstellingen.
European Institute for Medical Waste
Het European Institute for Medical Waste (EIMW) houdt zich bezig met onderzoek naar het management van medisch afval en met voorlichting aan medisch personeel. Het instituut voorziet de markt van informatie over ontwikkelingen en onderzoek, organiseert masterclasses en verzamelt documentatie over verpakking, transport en verwerking van medisch afval. Het EIMW organiseerde in februari het eerste Europese congres over medisch afval.
Scriptie ’Behoed voordat je het wegdoet’
Daniel Reinders schreef een scriptie over het verpakken en verwerken van medisch afval voor zijn opleiding tot operatieassistent bij de Isala klinieken in Zwolle. Hij constateert onder meer dat ‘bij het splitsen van medisch afval en bedrijfsafval ruimte is voor kennisverbetering bij het personeel. Er zijn soms onduidelijkheden over de scheiding van het afval tijdens en na een operatie, en dit levert soms extra kosten op.’
Als een van de verbeterpunten adviseert Reinders ‘om het personeel bewust te maken hoe er kostenbewust afval kan worden ingezameld’.
Meer informatie over de scriptie ‘Behoed voordat je het weg doet!’: dreinders@home.nl.

